| |
|
|
| |
Criteria voor disseminatieprojecten.
|
TOP  |
|
|
| |
|
|
| |
1.
Samenstelling van het partnerschap |
|
| |
|
|
| |
De promotor moet aantonen dat
het voorgestelde partnerschap (bestaande en/of gewijzigde)
voldoende draagkracht heeft om het project kwalitatief
uit te kunnen voeren. De voorgestelde
strategie dient garanties te bieden voor een disseminatie
buiten het oorspronkelijke partnerschap en diens
netwerk (geheel of gedeeltelijk).
|
|
| |
|
|
| |
2. Product |
|
| |
|
|
| |
De indiener kiest welk product
hij wenst te dissemineren. Indien de promotor beslist
niet alle ontwikkelde producten te dissemineren,
moet dit uitdrukkelijk worden gemotiveerd.
Het product met nevenproducten dienen als één
geheel bekeken te worden. |
|
| |
|
|
| |
3. Meerwaarde en additionaliteit |
|
| |
|
|
| |
Aangezien disseminatie en mainstreaming
reeds moet worden opgestart bij het begin van elke
ontwikkeling moet de promotor aangeven welke bijkomende
opportuniteiten men bij de projectuitvoering heeft
vastgesteld.
Idealiter zou dit moeten blijken uit de ervaringen
beschreven in de tussentijdse en eindrapportages.
De bruikbaarheid van het product verhogen door een
beperkte bijkomende ontwikkeling, kan slechts op
basis van de resultaten uit de productvalidering.
Deze voorwaarde geldt slechts vanaf projecten 2005.
Andere projecten moeten de noodzakelijkheid van
bijkomende ontwikkeling duidelijk aantonen.
Een beperkte ontwikkeling slaat op hoogstens 20%
van de tijd en het budget
Deze ontwikkeling kan parallel aan de disseminatie
gebeuren. |
|
| |
|
|
| |
4. Disseminatievormen |
|
| |
|
|
| |
We onderscheiden vier disseminatievormen
- verspreiden
- uitwisselen
- beperkte ontwikkeling
- opzetten van een TTT (Train the trainer) of
andere trainingssessies
Een project kan één of meerdere
vormen bevatten. Uiteraard varieert het budget
per disseminatievorm en bijhorende acties.
|
|
| |
|
|
| |
5. De looptijd.
Indiening voor een project van maximum 6 maand kan
tot uiterlijk 30/06/2007.
De looptijd van een project kan variëren van
minimaal 1 tot maximaal 6 maanden, elk project is
ten laatste afgesloten op 30/06/2008. |
|
| |
|
|
| |
6. Bij de selectie
van de projecten wordt rekening gehouden met: |
|
| |
|
|
| |
-de diversiteit aan disseminatiekanalen
waarvan men zich bedient, variëteit in dragers
voor het product
-de verhouding inhoud – tijdsbestek –
financiële plaatje
-de rol, meerwaarde of capaciteit van de partner
en diens netwerk |
|
| |
|
|
| |
7. Financiën |
|
| |
|
|
| |
De ESF-subsidie is per project
maximum 50.000 euro en vertegenwoordigt maximaal
50% van de totale subidiabele uitgaven.
In aanmerking komende kosten zijn personeelskosten
en (directe) werkingsmiddelen. Indirecte kosten
komen niet in aanmerking.
De financiële ESF criteria zijn ook hier van
toepassing.
|
|
| |
8.
Selectieprocedure
Bekendmaking gebeurt via
website / e-zine en nieuwsbrief. De ingediende projectaanvragen
worden ongoing tot 30/06/2007 geanalyseerd door
een expertengroep in het ESF-Agentschap.
De synthese van analyse met
eventuele goedkeuring wordt door het VMC van Equal
bekrachtigd.
|
|
| |
|
|
| |
9.
Indiening Een aanvraag
voor een disseminatieproject kan eenvoudig door
email naar Louis.Vervloet@esf-agentschap.be
met een worddocument waarin omschrijving van het
project en uw motivatie voor disseminatie, samen
met een excelwerkblad waarin een finacieringsoverzicht
van het kostenplaatje. Beide documenten dienen
ook per post opgestuurd te worden naar:
Equal Vlaanderen
Louis Vervloet
Gasthuisstrat 31, 9e verdiep
1000 Brussel
|
|
| |
|
|
| |
|
|